28 november 2011

De mangel: over de dodelijk vertragende rol van muziek- en literatuurkritiek

Begin deze maand vergeleek ik samen met Timo, Erwin, Erik en Jelte de digitalisering in de muziekindustrie met die in de boekenbranche [onderaan beginnen met lezen]. Ook relevant in deze: Een Sonja Bakkertje doen.

Wat daarbij niet aan bod kwam is de rol van de muziek- en literatuurkritiek, in mijn ogen een belangrijke oorzaak dat beide industrieën de digitaliseringsslag (te) traag maakten en maken. Graag leg ik uit waarom.
Pijpleiding
In deel I van genoemde serie schets ik een korte geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van de muziekindustrie halverwege de vorige eeuw. Het resultaat is feitelijk een enorme pijpleiding: een uitgebreid distributiekanaal om muziek van maker naar gebruiker te brengen. Op het hoogtepunt vormen boekers, agenten,
platenmaatschappijen, managers, distributeurs, muziekuitgeverijen, winkels, winkeliers, marketeers, hun assistenten en vele, vele andere partijen de verbindende schakel tussen iemand die muziek maakt en iemand die daarvan geniet. Internet en de digitalisering hebben een enorme impact op die pijpleiding. De toegevoegde waarde van sommige schakels staat ter discussie of ernstig onder druk, andere schakels verdwijnen. Concreet voorbeeld: glasvezel maakt vrachtwagens overbodig.

De rol van media en met name kunstkritiek bleef in de 4-delige serie onbesproken. Onterecht, want ik meen in de huidige ontwikkelingen in de boekenbranche eenzelfde verwoestende kramp te herkennen als 5-10 jaar eerder in de muziekindustrie.

Momentum

Traditioneel zijn marketeers bij de belangrijkste rechthebbenden (bij muziek is dit meestal de platenmaatschappij, in de boekenbranche de uitgever) gericht op het creëren van zg. momentum rond hun producten: marketing en communicatie zo inzetten en vooral timen dat de aandacht elkaar versterkt en het gevoel bij muziekliefhebbers resp. lezers ontstaat dat je deze artiest, deze cd, deze auteur en zijn boek niet mag missen. Zo blonk het team rond Marco Borsato jarenlang uit in het slim opbouwen van aandacht rond een nieuw album of serie stadionconcerten en deed dat vorige week opnieuw knap met Doe Maar en Symphonica in Rosso. Hoe dat in een digitale wereld kan werken, beschreef Erik eind vorig jaar rond James Blake's debuutalbum. In de boekenwereld is de biografie van Steve Jobs een mooi recent voorbeeld ('dood' is nog steeds de beste marketing die er is...), in de filmwereld de première van Nova Zembla afgelopen week en ook de game-industrie weet als geen andere de hype rond een nieuwe first person shooter op te bouwen. Momentum is niet per se een onontkoombare piek in aandacht op 1 moment, in 1 week of op de dag van release. Het kan ook langzaam groeien. Zo verscheen het boek van schrijver Peter Buwalda, Bonita Avenue, ruim een jaar geleden, maar lijkt pas afgelopen zomer en dit najaar naar een breed publiek door te breken. Knap.
Dominostenen
Marketing is in mijn ogen de regie van dit momentum: de dominostenen slim op een rij zetten en daarna wachten op iets of iemand die de eerste een duwtje geeft, waarna alles even later omver ligt. De beste marketing, zeker bij muziek en kunst, voelt niet bedacht maar creëert op een natuurlijke manier zoveel mogelijk trefkansen om een boek of artiest te ontdekken. Geen groter compliment wanneer enthousiaste fans beweren dat aan Kyteman geen marketing te pas kwam.

Media en journalisten zijn voor marketeers decennialang onvermijdelijke poortwachters geweest om met hun product publiek, doelgroep, fans, lezers, luisteraars en kopers te bereiken. Het spel tussen platenmaatschappij en uitgeverij enerzijds en muziekrecensent en literatuurcriticus anderzijds bepaalde in belangrijke mate of momentum ontstond op de dag van release van een album of het verschijnen van een boek. Zo was midden jaren '90 de stelregel dat een positieve recensie in de Volkskrant van vrijdagochtend de eerste 1.000 verkochte cd's in het weekend betekende. Die tijden zijn lang voorbij.

Vooruit lopen
In de muziekindustrie begonnen rond de eeuwwisseling onder invloed van de digitalisering en vooral de opkomst van uitwisselingsdiensten en bittorrent platforms als Kazaa, Oink en The Pirate Bay luisteraars in hoog tempo vooruit te lopen op zowel de industrie als muziekjournalistiek. Een paar jaar na Napster was het momentum niet de dag van release en de bijbehorende, strak geregisseerde publiciteit, maar het moment van lekken. Erik illustreert dat treffend in zijn stuk. Publiek, muziekliefhebbers en fans, even later gevolgd door een groot aantal muzikanten en makers, liepen dankzij die techniek sneller en sneller vooruit op de industrie en journalistiek. Die laatste twee hielden elkaar in een ijzeren greep: muziekjournalisten wachtten tot het finished product, de cd, in hun brievenbus lag alvorens ze hun recensies en interviews publiceerden rond de door de maatschappij vastgestelde releasedatum. Ondertussen vlogen mp3's al wekenlang over internet en werden stuk gedraaid over de goedkope speakertjes van tienduizenden laptops, iPods en PC's. Slimme, handige of onbekende muzikanten (of zij die weinig te verliezen hadden) lekten bewust of onbewust tracks en muziek vóór de officiële releasedatum. Met hun starre houding ontkenden zowel muziekjournalisten als de industrie de realiteit, liepen niet snel genoeg mee met de stappen die muzikanten en hun publiek razendsnel maakten en verloren zo de eerste belangrijke digitaliseringsslag. Te lang werd gedacht dat het zo'n vaart niet zou lopen, dat het tij viel te keren, maar inmiddels is duidelijk dat de digitalisering niet valt te stoppen. Door niet op tijd aan te haken, te blijven focussen op poortwachter in plaats van liefhebber, verloor de industrie z'n klant uit het oog.Dichterbij de klant
Inmiddels is de muziekindustrie weer een ronde verder en de digitalisering aldaar toe aan het volgende hoofdstuk: streaming. En met Spotify lijkt een potentieel succesvolle dienst ontwikkeld die de industrie weer dichterbij de klant brengt. De inhaalslag wordt gemaakt nadat in 10-15 jaar vele slachtoffers zijn gevallen en een complete industrie is gehalveerd. Ook muziekjournalisten zijn inmiddels net zo gedigitaliseerd als veel van hun lezers: de releasedatum of een fysiek exemplaar op de mat is niet meer heilig, wel dat een plaat of artiest 'aan de hand is'. En dat bepaalt vooral het publiek.

Focus verleggen
In de boekenbranche is de verstrengeling tussen uitgevers en literatuurcritici zo mogelijk nog groter dan in de muziekindustrie. Uit verschillende bronnen hoor ik dat bepaalde uitgevers merkbaar beter toegang hebben tot de literaire katernen en journalisten van belangrijke kranten en tijdschriften. Zowel industrie als critici lijken conservatiever en minder flexibel. De wet op de vaste boekenprijs en vaak 100% recht van retour voor boekhandels zijn op z'n zachtst gezegd niet bevorderlijk voor de innovatieve kracht van de branche als geheel. Die dingen zijn lastig van de ene op de andere dag te veranderen, maar de focus radicaal verleggen van media, journalisten en critici naar lezer en schrijver kan iedere uitgever morgen doen.

Onvoorwaardelijk
In onze 4-delige serie bleven we bewust weg van dwingende uitspraken over lessen die te leren vallen uit de muziekindustrie, maar dit lijkt me er één: hoe langer je meegaat met journalisten die nu nog de poort vormen naar je lezer, maar die de lezer inmiddels niet meer bijhouden in zijn zoektocht naar gemak en e-books, hoe eerder je die (digitale) lezer uit het oog verliest en kwijtraakt. Tussenpartijen die overleven in de muziekindustrie zijn zij die uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk het belang en de wensen van maker en liefhebber voorop zetten, niet die van andere tussenpartijen. Die waarheid geldt volgens mij 1-op-1 voor de boekenbranche, maar tot mijn spijt zie ik veel uitgevers vooralsnog drukker met elkaar, de onvermijdelijke kaalslag in de boekhandel, Tim Kuik, de prijzen van e-books op een achterlijke 80% van de papieren versie houden, Arjan Peters faxen en Elsbeth Etty fêteren. Die laatsten zijn inderdaad dol op de geur van papier, de rest van hun lezerspubliek wil liever vandaag dan morgen ‘alle lectuur en literatuur ooit geschreven altijd en overal voorhanden, snel, gemakkelijk, direct, veilig en voor een redelijke prijs’. Werk aan de winkel voor de boekenbranche!

69 opmerkingen:

Marco Raaphorst zei

de Queen docu van afgelopen zaterdag liet nog eens zien hoe totaal invloedloos de pers vaak is geweest op verkoopcijfers van muziek.

Queen's reactie richting pers dus regelmatig: fuck it. heerlijk.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Beste Niels Aalbers,

Leuk stuk om te lezen, maar het klopt niet helemaal wat je zegt. Ik kom uit de boekenhoek en laat mij vanuit die kant iets er tegenover stellen.

Om te beginnen bestaat die standaard 100% recht op retour voor boekhandels bestaat bijvoorbeeld niet. Dat is heel eenvoudig duidelijk te maken. Als dit wel zou bestaan, was uitverkoop mogelijk - de boeken zouden immers al lang bij hun uitgevers liggen.

Bij een aantal boeken geldt dat recht op retour echter wel. Heel fijn is dat, want dat maakt een grotere doorloop van boeken mogelijk. Je kunt sneller ander aanbod in de winkel leggen, hetgeen ingaat tegen jouw idee van stagnatie.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Ten tweede heeft de wet op de vaste boekenprijs (waaraan helaas voortdurend getwijfeld en zelfs getoornd wordt) een belangrijke culturele waarde. Ze maakt moeilijk verkoopbare, maar innovatieve literatuur mogelijk. Denk aan poëzie, het meest experimentele genre van de letteren. Denk aan debuten en vertalingen van onbekende auteurs.
Ons taalgebied is zo klein, dat als je de markt zijn gang zou laten gaan, dat soort publicaties onbetaalbaar worden. Lees Van Oorschots pamflet 'De vaste boekenprijs en de losse flodders van de Consumentenbond' er maar eens op na.
Je ziet deze commerciële behoefte zelfs mét die vaste boekenprijs, de eenheidsworst die gepubliceerd wordt. Tonnen aan volstrekt uitwisselbare thrillers, Marga Minco's (die uitgegeven worden vanwege hun naamsbekendheid) en Marente de Moors (die worden regelmatig herdrukt omdat ze door een vrij ongeletterde en conservatieve jury tot winnaar zijn verkozen - maar niet veel meer inhouden dan een onbedoelde parodie op het streekromannetje).

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Dat brengt me ten derde bij de literaire kritiek, maar eigenlijk ook bij het belang van een goede boekverkoper (en in het verlengde daarvan bij het tekortschieten van internetaanbieders).
Een criticus is een voorproever. Dat het belang van voorproeven steeds kleiner wordt, is aan verschillende oorzaken te herleiden. De digitalisering en de overproductie van kunstdragers zijn evident. Minstens even belangrijk is de concurentiedwang die mede in het licht van beide ontwikkelingen tussen de verschillende bladen bestaat. Die concurentiedwang uit zich in de drang als eerste nieuwe publicaties te recenseren. De werken worden soms maar vluchtig gelezen, zoals laatst weer bleek uit een NRC-recensie van Arjan Fortuin over Stephan Enters 'Grip'. Fortuin zei dat een van de personages op een bepaalde periode terugblikt, terwijl dat in het boek helemaal niet gebeurt. Tijdsdruk, daar wijd ik het aan.

Dit neemt niet weg aan de poortwachterfunctie van critici. Dat lezers gelijktijdig of eerder het boek lezen lezen, kan daar gewoon naast bestaan. Critici behoren meer te lezen en diepgrondiger dan een gemiddelde lezer. Hij schrijft voor lezers, maar moet ook een algemene waardering aan het boek geven.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Voor mijn recensie van 'Alle gedichten' van Borges bijvoorbeeld, heb ik naast de gedichten, ook zijn biografie, essays, korte verhalen, colleges en eerdere vertalingen van de gedichten gelezen. (http://www.8weekly.nl/artikel/9572/jorge-luis-borges-vert-barber-van-der-pol-en-maarten-steenmeijer-alle-gedichten-elk-ogenblik-laat-de-waterklok-de-laatste-druppel-vallen.html)

Recenseren is, anders dan wat ik in je stuk lees, dan ook nadrukkelijk geen verlengde van commercie, het gaat om de duiding van de kunstige kwaliteit van een werk.

Voor jou is momentum belangrijk, voor de recensent zou kwaliteit dat moeten zijn. Kwaliteit is niet iets wat de massa (die eerder met een werk aan de haal gaat dan een recensent) kan bepalen, anders zouden we Herman Koch hoger moeten inschatten dan de eerder genoemde Stephan Enter. Koch verdient namelijk een betere boterham dan Enter.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

De vaste boekenprijs voor e-books is overigens niet langer in beeld, de 'Ork' (in termen van de Dichter des Vaderlands) die de poten onder onze cultuur wegzaagt, Halbe Zijlstra, heeft dat plan afgeschoten. Misschien wel realistisch, want zodra een boek gedigitaliseerd wordt, is het gratis te rippen: kijk maar naar de muziekindustrie. Gelijk een argument waarom veel mensen huiverig zijn voor de digitalisering van literatuur: het houdt tegelijk een devaluatie ervan in en een haperende inkomstenbron van kunstenaars die het moeten hebben van individueel werken in plaats van publiekelijk optreden - goeddeels is het er het medium niet voor.
Ook zijn er internetaanbieders die reklameinkomsten verrekenen met de prijs van hun boeken.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Dat brengt me bij het belang van goede boekverkopers. Het door klanten gemaakte momentum waar jij het over hebt, is nog van minder gewicht in de letteren dan in de muziek. Wel kan ik mij voorstellen dat ze in de letteren tegenwoordig eerder geïnitieerd wordt door internetklanten dan door klanten van de vaste boekhandel. Internetverkoop groeit immers uit de kluiten.
Maar waar je op internet een boek wordt aangeraden dat ook gekocht is door een vorige klant, krijg je in analoge winkels advies op maat. Bij goede boekhandels en platenzaken zijn die verkopers experts. Ze zeggen niet: dit boek vonden een x aantal klanten leuk of het krijgt zoveel sterren (zoals je helaas helaas ook bij veel cultuurmedia ziet) - want wat die betekenen is volstrekt onduidelijk, bovendien is een thriller (kitch) van vijf sterren echt veel minder interessant/waard dan een roman (kunst) met hetzelfde aantal. Boekverkopers vragen: waar houdt u van, wat leest u zoal? Daarbij wordt een bijpassend, dus relatief goed boek uitgezocht.

De eenheidsmeuk moet door de recensent en verkopers worden gescheiden in kwaliteit en kwantiteit. In lezen of laten liggen. Voor verkopers is het eerder een relatieve kwestie: je zoekt een boek naar de leest van de klant. Voor critici geldt een extra criterium. Een werk moet binnen het literaire veld geduid worden.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Lezers/luisteraars/klanten mogen doen wat ze willen, maar de waarde van werken wordt mede bepaald door deze recenserende experts. Daarmee behoud de kritiek haar belang.

Sterker nog, naarmate bulk en snelheid groter worden, kunnen zij voor meer tegenwicht zorgen. Kritiek moet in dat geval waarschijnlijk nog wat strenger worden. Als het bovendien toch niet meer haalbaar is om een boek te lezen voor het bij de lezers terecht komt, ontstaat er uit dit fait accompli de mogelijkheid de boeken grondiger te lezen. Dat maakt betere recensies, waaraan lezers een beter oordeel kunnen hangen en is het van grotere betekenis voor de ontwikkeling van (het denken over) literatuur.

Ter conclusie een abstractie: waar bij jou het marktgerichte paradigma voorop staat - en daarmee uiteindelijk de vervlakking, want zoals je weet is massa kassa - staat bij kritiek het kwaliteitsgerichte paradigma voorop.

Je moet die twee niet met elkaar verwarren.

Hoogachtend, Merijn Schipper

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

ps en @ Marco Raaphorst; to break it down: pers is geen equivalent van promotie, noch een exponent van marketing.

En kunst, wat dat betreft ben ik het roerend met Queen eens, moet zijn rücksichtslosigkeit behouden. Fuck it inderdaad, heerlijk: tegen de middelmatigheid!

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

excuus voor de spelfoutjes, te snel getypt..

Niels Aalberts zei

Beste Merijn,

Dank voor je zeer uitgebreide reactie. Stel ik zeer op prijs!

Over 'nut' van de vaste boekenprijs en het zeer gangbare recht-van-retour op veel titels gaan we het niet eens worden. Ik ben en blijf daar zeer op tegen: het zit innovatie en ondernemerszin in de weg, werkt luiheid en gemakzucht in de hand en is daarmee 1 van de oorzaken van het bloedbad dat aanstaande is in de boekhandel. Droevig voor individuele winkeliers, maar onvermijdelijk.

Over het belang en de grote waarde van boekverkopers vinden we elkaar snel: in het bos de bomen onderscheiden is exact een toegevoegde waarde die boekhandel en uitgeverij de lezer (nog veel beter) kunnen bieden. Daar ligt ruimte, maar juist daar besparen veel retailers als eerste op, een fout die Hans Breukhoven in de muziekindustrie maakte met zijn Free Record Shop. 1/2

Niels Aalberts zei

Je noemt daarnaast heel veel andere zaken, waar ik voor het gemak (en bij gebrek aan tijd) er 1 uitpik die ik belangrijk vind: ondanks dat deze blogpost uitgebreid ingaat op het fenomeen 'marketing', is dat absoluut niet de hoofdmoot. Ik maak het gangbare proces helder, laat de gevolgen zien maar wil vooral wijzen op een oplossing (verleg de focus van tussenpartijen volledig naar schrijver, lezer en liefst allebei).

Belangrijker: jouw argument dat moderne marketing en de vaste boekenprijs een rol hebben in de enorme hoeveelheid meuk die verschijnt resp. garanderen dat kwaliteitsliteratuur en -poëzie kan blijven verschijnen vind ik pertinente onzin. Het is hetzelfde argument dat de muziekindustrie jaren geleden gebruikte (en nog) om hun tanende rol te legitimeren. Sinds de halvering van de industrie en vooral het verdwijnen van drempels (lees: kosten) op het gebied van productie, distributie, marketing en redactie is er nog nooit zoveel muziek verschenen en beschikbaar. Dat gaat ook gebeuren in de boekenwereld; daar zijn door de overheid goedgekeurde prijsafspraken niet voor nodig. Nogmaals: die afspraken zitten de innovatie en ontwikkeling slechts in de weg.

Door het gigantische en almaar stijgende aanbod wordt de rol van curator/wegwijzer alleen maar belangrijker en waardevoller straks. Zie daar de kansen van de muziekindustrie, uitgevers, winkeliers maar ook vrienden en bekenden via social media.

Timo Boezeman zei

Mooie uitgebreide post Niels. Complimenten.

Het verband tussen de Wet op de vasteboekenprijs, 100% recht op retour (wat echt bijna nooit voorkomt) en de literatuurcriticus snap ik echter niet helemaal. Ik begrijp welk punt je met het laatste wilt maken, maar zie niet hoe het eerste en tweede daar verder aan bijdragen.

Daar wil ik aan toevoegen dat de boekenwereld, net als de muziekindustrie, met elke titel probeert toe te werken naar een bepaald momentum, maar dat heeft voor onze (boeken)wereld echter geen effect op het al dan niet uitblijven van titels voor de consument. Ja, uitgevers kiezen de meest geschikte momenten van publicatie uit, maar dat is voor vertaald werk (wat dus vaak al eerder in zijn oorspronkelijke taal in eigen land is verschenen) én voor oorspronkelijk werk dezelfde insteek: het best mogelijke moment kiezen. Wat de redenen daarvoor ook zijn. Het benaderen, dan wel inschakelen, van de pers om momentum te creëren wordt in dat proces meegenomen. Maar is niet leidend.

Het voorbeeld van Bonita Avenue wat je aandraagt ken ik niet van binnenuit, maar wij hebben met Stieg Larsson een vergelijkbaar verhaal gehad. Inmiddels miljoenen exemplaren verkocht, maar het duurde heel erg lang eer het op gang kwam. En dat terwijl het buitenland miljoenen verkocht, wij dat communiceerden, NL-pers lyrisch was, maar de verkopen uitbleven. Ik kan me voorstellen dat het bij Bonita Avenue ongeveer net zo is gegaan. Dus niet ingegeven door het zelfgemaakte en -bepaalde momentum, maar door het olievlekeffect dat op een bepaald moment gewoon optreedt.

Niels Aalberts zei

Goed punt, Timo. Er is wellicht geen direct verband tussen die drie, maar de rode draad die ik herken is dat decennialang bestaande afspraken en gewoontes op het ogenblik een complete industrietak verhinderen met afstand, een open blik, creativiteit en ondernemerszin naar de ontwikkelingen en ontstane problemen te kijken en vooral naar de hoofdzaken: lezer en schrijver. Steeds worden daar andere oorzaken, argumenten en noodzakelijke voorwaarden bij gesleept, terwijl het echt alleen maar om die twee draait. Niks anders. In deze blogpost focus ik op de rol van kunstkritiek, maar die 2 andere zaken dragen daar ook aan bij imho. Het is (komt-ie weer...) exact dezelfde denkfout die de muziekindustrie 5-10 jaar geleden maakte.

Timo Boezeman zei

Dat ben ik ook wel met je eens, als grote lijnen c.q. rode draad door het hele digitaliseringsverhaal. Maar dat vind ik persoonlijk niet slaan op de kunstkritiek als aanvullende argumenten.

Net als bij muziek, verschuift het bij boeken steeds meer naar de twee polen 'schrijver' en 'lezer'. En alles wat daartussen zit zal zich moeten bewijzen. Ik kan je echter garanderen dat het doel van een uitgever toch echt is om er zoveel mogelijk van te verkopen, en niet om lezers te frustreren. Een uitgever wil omzet, heel simpel. Dat de tijden, en dus de wereld, verandert, en rap ook, maakt dat er aanpassingen nodig zijn. Maar dat maakt niet dat het hoofddoel (goede en goedverkopende boeken uitgeven) bij de uitgever moet veranderen.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Beste Niels,

Dank voor je post. Toch hoop ik dat je jouw gedachten omtrent de positie van de auteur (die het vooral moet hebben van het zelfstandig werken, niet van optreden zoals dat voor veel musici wel geldt) concretiseert. Hoe komt dit hen ten goede?

Waartoe de digitalisering gaat leiden is: minder inkomsten voor meer mensen. Schrijven bovendien wordt weer vooral een aristocratische aangelegenheid (alleen voor de rijken - niet per se voor de goeden).

Ten slotte lijkt me de invloed van moderne marketing helder. Denk maar aan de connotatie 'literaire' thriller. Die houdt een een excuus in om middelmatige literatuur te lezen.

Een ander argument, wat ik al eerder noemde, is dat ons taalgebied te klein is voor variabele prijzen. Los van het feit dat het de doodsteek van de fysieke boekhandel is die jij zo waardeert, ze kunnen immers niet tegen het dan goedkopere internet op, schrijven auteurs voor een beperkt publiek. Ze maken geen Engelse liedjes, waarvan iedereen wel zo ongeveer bedenkt wat het zou kunnen betekenen en ook buiten de grenzen te volgen zijn. Een Nederlandstalige dichtbundel verkoopt wellicht 250 exemplaren. Probeer die maar eens tegen een reële prijs te verkopen...

Bovendien speelt marketing nog een andere negatieve rol. Commercie is zo belangrijk in de media, dat inhoudelijke kritiek daaraan ten onder gaat. Denk aan de afnemende ruimte van boekenbijlagen en tegengesteld evenredig opkomende sterrensystemen.

De muziekindustrie en de letteren verschillen. Hoewel je ze kan vergelijken, kun je ze niet over een kam scheren.

Niels Aalberts zei

Je stapelt weer veel op elkaar, Merijn :-) Ik maak een keuze:

Auteurs profiteren, net als muzikanten en de muziekindustrie op termijn, van de groeiende pool gebruikers (lezers). Inderdaad denk ik dat er minder inkomsten zijn (niet iedere lezer zal (evenveel) willen betalen, zeker niet voor een onbeperkt te verkopen digitaal bestandje zonder verdere productie- en voorraadkosten), maar door het verdwijnen van drempels groeit de potentiële groep gebruikers. Het app- en Spotify-model: iedereen kan aan boord springen/meedoen, niet iedereen betaalt (hoeft/kan ook niet), maar samen is het voldoende.

Met 1 redenering ben ik het volstrekt oneens: minder inkomsten wellicht, maar ook voor minder partijen. Als digitalisering 1 ding doet is het wel (overbodig geworden) tussenschakels laten verdwijnen.

Je argument over het kleine taalgebied is zeer valide. 250 ex. is bijzonder weinig, printing-on-demand lijkt me voor die kleine aantallen een prima oplossing. Ik denk dat lezers van dat soort poëzie/literatuur vaak zelf heel goed weten dat ze tot een niche behoren en dus ook beter uit te leggen valt dat hun favoriete leesvoer niet als bulk geproduceerd kan worden tegen bulkprijzen. Sterker nog, dat zouden die lezers misschien zelfs als 'uitverkoop' ervaren. Voor aantoonbaar bijzondere dingen kun je bijzondere prijzen vragen, net als in de muziekindustrie.

Daarmee kom ik aan mijn laatste punt: in je reacties bespeur ik nogal wat kritiek over sterrensystemen, marketing van meuk, hogere vs. lagere lectuur/literatuur, 'literaire' thrillers etc. Prima, maar dat lijkt me een kwestie van smaak die verder niet ter zake doet voor deze discussie. Sterker nog, die staat een inhoudelijke discussie nogal in de weg, iets waar meer mensen in de literaire en muziekwereld aan lijden...

In de serie waar ik in de eerste alinea naar verwijs (onderaan beginnen met lezen) ga ik samen met Timo uitgebreid in op de overeenkomsten en verschillen tussen muziekindustrie en letteren. Dat doe ik vaker onder de tag boekenbranche, maar da's even zoeken ;-)

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Maar Niels, voor wie een aardige portemonnee heeft, is het niet erg dat marginale literatuur erg duur wordt. Het hele idee is dat het beschikbaar blijft voor een brede groep. Jouw argument dat er meer muziek is dan ooit dankzij de digitale ontwikkelingen mag misschien wel opgaan voor jouw sector, voor de mijn betekent het dat kwaliteit minder beschikbaar wordt. Met kwaliteit doel ik dan ook op experimentele, innovatieve literatuur, zoals bij uitstek de poëzie. Ze wordt immers erg duur. Dat lijkt me een ongewenste ontwikkeling.

Dat ik inga op de functie van literatuur, is omdat je hem zelf erbij betrekt. Volgens jou belemmerde het de ontwikkelingen. Ik heb daar tegenover gezet dat de kritiek a) ernaast staat in plaats van ervoor en b) geen werktuig is van deze commerciële beweging. Daarnaast heb ik met drie argumenten betoogd dat c) commercie in de letteren inderdaad een negatief effect heeft op de kwaliteit en beschikbaarheid ervan.

Om kort te gaan: omdat ik het met je eens ben dat kritiek weinig te maken heeft met commercie en marketing, heb ik jouw aanvankelijke vervlechting uit elkaar willen trekken.

Ten slotte ben ik tenslotte recensent en ik heb geprobeerd de beroepseer hoog te houden.

Niels Aalberts zei

Maar Merijn, het mooie aan digitaal is dat ook marginale literatuur maar €0,80 per ePub hoeft te kosten en zo een wereldwijd publiek kan bereiken. Van 250 boeken werd je niet rijk, van 250 ePubs ook niet. Daar is niks aan verloren, alleen een wereld aan potentiële lezers gewonnen via glasvezel!

Niels Aalberts zei

Jij en ik kopen de ingebonden hardcover met leeslint en goudopdruk dan wel voor €35. Doe ik bij platen ook :-)

En zo zie: de angst voor commercie en daarmee vervlakking van het aanbod is echt ongegrond. Een drogreden van de boekenbranche die in een tijdperk waarin kosten voor productie, distributie, rechten, marketing en aanbod almaar harder en verder dalen zijn vergeten hoe het vóór de vaste boekenprijs was. Jan Smit kan uitstekend ont- en bestaan naast iedere obscure 3VOOR12-band, net zo goed als Saskia Noort naast James Joyce ligt.

Erwin Blom zei

Ik acht goede recensenten hoog net als vrienden wiens smaak ik waardeer, zoals die van Niels. Maar belangrijker dan mijn andere filters zijn ze niet.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Beste Niels, denk niet te gauw vanuit je eigen portemonnee: 35 euro is een groot bedrag. Het gaat om het maken van keuzes, maar als je budget beperkt is, krijgt zo'n relatieve kwestie al gauw absolute randjes.

Uit wat je schrijft maak ik dus op dat de kleine man gedwongen wordt digitaal te gaan lezen. Daar moet je eerst kostbare technologie voor in huis halen én deze weten te bedienen. Dat is toch wat meer gevraagd alleen dan het leren lezen wat je voor een normaal boek nodig hebt, heel jammer.

Met als persoonlijke noot dat een boek iets 'is', een digitale tekst voor mij is leeg. Aan de vlekken en kringen, door de geur, aan de deuken en krassen in de omslag zie je niet alleen dat het ontegenzeggelijk het exemplaar is dat jij ooit las, maar ook kleeft er een reeks herinneringen aan, op een andere manier dan dat dat ooit bij een digitale tekst zou kunnen, denk ik.

Overigens, jammer is het ook dat er minder mensen minder gaan verdienen. Ik hoop dat er nog redacteurs overblijven om het zo noodzakelijke arbeidsintensieve werk te doen.

Wat ook onduidelijk zal worden is waar de kwaliteit vandaan komt. Van Oorschot, de Bezige Bij, Querido, Arbeiderspers, Nijgh & Van Ditmar, Amstel Uitgevers, Contact e.d.: meestal interessante literatuur. De redacteurs zijn uitstekend en de vormgevers professioneel.

We zullen het wel zien.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

@Erwin Blom: dat zal best, maar ik mag hopen dat je vrienden en redacteurs om verschillende redenen waardeert. Een goede recensent is namelijk niet zoveel bezig met smaak, als wel met de kunstigheid of kwaliteit van een werk, ten opzichte van het literaire/muzikale veld. Hij bepaalt vanuit zijn expertise de uniciteit en culturele waarde van een werk.

Kevin van Moorsel zei

(Er ging volgens mij iets mis met het plaatsen van de reactie dus ik hoop niet dat ik hem voor de 2e keer plaats.)

Los van de hele discussie zou ik graag in gaan op één specifiek punt.

Ik denk niet dat er een verschil is tussen "smaak" en "de kunstigheid of kwaliteit van een werk, ten opzichte van het literaire/muzikale veld". Ik denk dat het 2e simpelweg een vertakking is van het 1e. Niet iedereen vind kwaliteit zoals het door "kenners" gedefiniëerd word belangrijk of relevant. Het idee dat de smaak van de één relevanter of beter is dan de smaak van de ander vind ik een vrij elitaire gedachte.
Als door de massa een hoop middelmatige boeken wordt gelezen is dat blijkbaar wat de massa wil lezen. Er is simpelweg sprake van verschillende criteria: "hoeveelheid mensen die een boek leuk vinden" tegenover "kwaliteit van een boek als beoordeeld door mensen die vinden dat ze er verstand van hebben".

Het hebben van veel verstand/feitenkennis over een bepaalde kunstvorm wil niet zeggen dat de mening van die persoon meer waard wordt. Ik denk dat kunst enkel gaat om wat de ontvanger zelf voelt of denkt, en hierbij is het gevoel van de ene ontvanger niet belangrijker dan dat van de andere.

Niels Aalberts zei

Wat Kevin zegt.

Voorts kan ik niet meegaan in die nostalgische blik op het papieren boek en de kritiek op het digitale. Let wel, ik lees ook nog steeds van papier en ben daaraan gehecht (evenals aan mijn cd's en lp's), maar constateer slechts het onvermijdelijke. Wat 'we' daar allemaal precies van vinden doet in deze discussie nauwelijks ter zake. Opnieuw: tussenhandel die wil overleven moet slechts aansluiten bij wensen van maker en gebruiker, anders heeft je druk maken over een e-book van €0,80, wel/niet om kunnen gaan met techniek (volgens mij bewijst de iPad dat daar nu razendsnel enorme slagen worden gemaakt die zelfs mijn digibete moeder van 67 erbij trekken) of een poëziebundel voor 250 liefhebbers sowieso geen zin. Je bestaat dan nl. niet meer :-(

En over die redacteuren: die verdwijnen niet. Sterker nog, slimme uitgevers realiseren zich i.t.t. Hans Breukhoven dat hun belangrijkste personeel dé onderscheidende asset is, nu en in de toekomst. Zo niet, dan belanden deze mensen op straat en weten dan als freelancers nog een prima boterham te verdienen door hun diensten aan individuele schrijvers aan te hebben. Ook dat hebben we zien gebeuren in de muziekindustrie. De behoefte aan die kennis en knowhow verdwijnt nl. niet, de vraag is alleen of dat vanuit een duur grachtenpand met 4 parkeerplaatsen en 12 assistentes moet...

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

@ Kevin van Moorsel

In het verlengde van wat je zegt, laat jij je dan ook om het even door chirurgen als vrienden opereren? De eerste categorie heeft iets meer kennis van hun vakgebied dan de tweede, maar het voordeel is dat je vrienden je nader bij staan en daarmee persoonlijk een groter belang hebben in je welzijn?

Er is dus wel verschil, ook al laat kunstigheid zich deze niet te kwantificeren zoals dat wel bij exacte wetenschappen mogelijk is.

Het verschil tussen smaak en een bepaalde mate kunstigheid, zoals je ook al eerder uit de discussie had kunnen opmaken, is dat smaak persoonsgebonden is en kunstigheid een relatieve kwestie of culturele is.
Die relatieve of culturele kwestie hangt af van een bijzondere beheersing van de overigens sterk met elkaar verweven stijl, vorm en inhoud van een werk. Dat iets een blijk is van een bijzondere beheersing, kun je alleen bepalen door kennis van het veld. Dat je door bepaalde werken meer geraakt wordt dan door andere, definieert jouw smaak.

Goede smaak heeft te maken met complexiteit. Zoals je niet alle wijnen over een kam kunt scheren, geldt dat ook voor kunst. Een schreiend zigeunermeisje is bepaald geen Gerhard Richter; Saskia Noort benadert in geen velden of wegen een Stephan Enter. Die complexiteit heeft bovendien te maken met interesse. Die interesse gaat in tegen de eentonigheid en is in die zin een kwestie van ontwikkeling.

Maar als je ontwikkeling misschien ook niet belangrijk vindt, moet je wellicht je kinderen maar van school halen. Waarom heb je zelf gestudeerd? Toch zeker om iets te gaan doen met de kennis en kunde die je opdeed? Het lijkt erop alsof je vindt dat literatuurcritici en straatnieuwsverkopers daar minstens even waardevolle meningen over kunnen bezigen?

Dat mensen in deze tijd kennis of de daarop gestoelde autoriteit niet meer belangrijk vinden en daar zelfs gemakzuchtig over doen, is niet bepaald iets positiefs. Bij rampen red men eerst de medici. Dat is in het belang van iedereen. Maar als je kennis niet belangrijk vindt, red je toch gewoon je vrienden? Kunnen zij de ramp boekhouden, of we daar wat aan hebben of niet.

Ergo: niet elke mening is even belangrijk. Kretologie bijvoorbeeld: onbelangrijk. Goed doordachte en onderbouwde meningen: heel belangrijk.

Nog over de verschillende criteria die in de kritiek worden gehanteerd: dat maakt het aanbod alleen maar divers. Te eerste hebben recensenten ook smaak, zij het dat die bij ieder iets anders en veelal iets meer ontwikkeld is. Ten tweede bestaat er niet zoiets als absolute waarheid of kennis; een meervoud van gehanteerde criteria is daarom vooral boeiend - zolang ze te traceren zijn in de recensies en de opiniërende artikelen. Het maakt interessante en leerzame debatten.

- Om kort te gaan: smaak en kennis van kunstigheid verschillen.
- Smaak hoeft zich mede daarom niets aan te trekken van kunstigheid (dat doet ze toch al weinig, gezien de voorliefde voor de Noorts en Kluuns)
- Kennis van kunstigheid is veel meer waard dan een uit smaak voortgekomen mening. Ze voegt namelijk wezenlijk iets toe aan smaak: relatieve, dus culturele waarde.
- Een mening van een expert is daarmee ook meer waard dan van een leek.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

@ Niels

Mijn nostalgische blik is een kwestie van smaak. Voor de rest van wat je zegt: twee maal al heb ik geprobeerd een 'touché' in te voeren.

Bij deze hoop ik, dat die boodschap wel in dit rijtje verschijnt.

Vriendelijke groet!

Niels Aalberts zei

Dank weer. Tof dat je de moeite neemt zo uitgebreid te reageren!

Kevin van Moorsel zei

In het verlengde van wat je zegt, laat jij je dan ook om het even door chirurgen als vrienden opereren? De eerste categorie heeft iets meer kennis van hun vakgebied dan de tweede, maar het voordeel is dat je vrienden je nader bij staan en daarmee persoonlijk een groter belang hebben in je welzijn?

Ik laat me liever door chirurgen opereren omdat dit de grootste kans van slagen heeft. Bij een operatie is er echter een duidelijk rationeel doel, overleven, bij kunst is dit niet het geval. Kunst heeft voor iedereen een ander doel dus laat ik me liever door vrienden adviseren omdat ze beter weten welke criteria voor “goede kunst” ik hanteer. Kunst heeft voor mij een emotioneel doel, waar geopereerd worden een rationeel doel heeft.

Er is dus wel verschil, ook al laat kunstigheid zich deze niet te kwantificeren zoals dat wel bij exacte wetenschappen mogelijk is.

Het verschil tussen smaak en een bepaalde mate kunstigheid, zoals je ook al eerder uit de discussie had kunnen opmaken, is dat smaak persoonsgebonden is en kunstigheid een relatieve kwestie of culturele is.
Die relatieve of culturele kwestie hangt af van een bijzondere beheersing van de overigens sterk met elkaar verweven stijl, vorm en inhoud van een werk. Dat iets een blijk is van een bijzondere beheersing, kun je alleen bepalen door kennis van het veld. Dat je door bepaalde werken meer geraakt wordt dan door andere, definieert jouw smaak.

Mijn punt is vooral dat het jou smaak is om die bepaalde mate van kunstigheid belangrijk te vinden, waar het voor mij misschien veel belangrijker is op welk soort papier het boek gedrukt is, of hoeveel zussen de oma van de schrijver had. Allen compleet arbitraire criteria.

Goede smaak heeft te maken met complexiteit. Zoals je niet alle wijnen over een kam kunt scheren, geldt dat ook voor kunst. Een schreiend zigeunermeisje is bepaald geen Gerhard Richter; Saskia Noort benadert in geen velden of wegen een Stephan Enter. Die complexiteit heeft bovendien te maken met interesse. Die interesse gaat in tegen de eentonigheid en is in die zin een kwestie van ontwikkeling.

“Goede smaak” heeft VOLGENS JOU te maken met complexiteit, goede smaak heeft volgens mij te maken met oprechte gevoelens die men krijgt bij het waarnemen van het kunstwerk, los van de intellectuele interpretatie. Je gaat ervanuit dat iedereen wijn drinkt met hetzelfde doel, dat iedereen leest met hetzelfde doel. Waar sommigen wijn drinken voor de smaakervaring en het als een kunstvorm zien, willen anderen gewoon gezellig wat wijn drinken bij een gesprek/maaltijd, of om dronken worden. Waar sommigen lezen om intellectueel verreikt te worden of plezier halen uit een bepaalde mate van kunstigheid, lezen anderen om even niet na te hoeven denken en te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Je gaat er in je betoog vanuit dat de hele boekenbranche moet worden ingericht naar mensen die om dezelfde redenen lezen als jij, en dat mensen die gewoon hersenloos “Komt een vrouw bij de dokter” willen lezen op de een of andere manier minder belangrijk zijn.

Kevin van Moorsel zei

Maar als je ontwikkeling misschien ook niet belangrijk vindt, moet je wellicht je kinderen maar van school halen. Waarom heb je zelf gestudeerd? Toch zeker om iets te gaan doen met de kennis en kunde die je opdeed? Het lijkt erop alsof je vindt dat literatuurcritici en straatnieuwsverkopers daar minstens even waardevolle meningen over kunnen bezigen?

Ik heb geen kinderen, en ik heb zelf gestudeerd omdat ik het onderwerp van mijn studie interessant vond en het leuk vond er meer over te weten te komen. Ik denk inderdaad dat literatuurcritici en straatnieuwsverkopers afhankelijk van de SUBJECTIEVE criteria waarop je ze beoordeeld daar even waardevolle meningen over kunnen bezigen. Misschien ben ik gewoon op zoek naar een hersenloos boek voor mijn zusje omdat ik weet dat ze nou eenmaal niet van Mulisch houdt. Van mij hoeft niet iedereen hoeft op elk vlak ontwikkeld te zijn, en de mening van ontwikkelden is misschien alleen van meerwaarde voor ontwikkelden, of mensen die ontwikkelden willen worden.

Dat mensen in deze tijd kennis of de daarop gestoelde autoriteit niet meer belangrijk vinden en daar zelfs gemakzuchtig over doen, is niet bepaald iets positiefs. Bij rampen red men eerst de medici. Dat is in het belang van iedereen. Maar als je kennis niet belangrijk vindt, red je toch gewoon je vrienden? Kunnen zij de ramp boekhouden, of we daar wat aan hebben of niet.

Ik vind dat je steeds onterecht kunst en het maatschappelijk belang dat bijvoorbeeld medici vertegenwoordigen door elkaar haalt. Bij medici is er een duidelijk objectief einddoel/meetpunt, kunst is 100% subjectief.

Ergo: niet elke mening is even belangrijk. Kretologie bijvoorbeeld: onbelangrijk. Goed doordachte en onderbouwde meningen: heel belangrijk.

Wat betreft alles met een maatschappelijk belang, eens. Wat betreft kunst, oneens.

Nog over de verschillende criteria die in de kritiek worden gehanteerd: dat maakt het aanbod alleen maar divers. Te eerste hebben recensenten ook smaak, zij het dat die bij ieder iets anders en veelal iets meer ontwikkeld is. Ten tweede bestaat er niet zoiets als absolute waarheid of kennis; een meervoud van gehanteerde criteria is daarom vooral boeiend - zolang ze te traceren zijn in de recensies en de opiniërende artikelen. Het maakt interessante en leerzame debatten.

Voor jou is kunst (deels) een intellectuele aangelegenheid, voor mij niet.

- Om kort te gaan: smaak en kennis van kunstigheid verschillen.
Eens, maar het belangrijk vinden van kunstigheid is smaak.
- Smaak hoeft zich mede daarom niets aan te trekken van kunstigheid (dat doet ze toch al weinig, gezien de voorliefde voor de Noorts en Kluuns)
Eens, maar waar jij dit neerzet als iets slechts, vind ik het gewoon prima. Ik moest huilen om Kluun terwijl ontdekking van de hemel mijn favoriete boek is. Beiden zijn voor mij van waarde.
- Kennis van kunstigheid is veel meer waard dan een uit smaak voortgekomen mening. Ze voegt namelijk wezenlijk iets toe aan smaak: relatieve, dus culturele waarde.
Dit is alleen meer waard als je een culturele/sociologische interpretatie van de kunst wil maken. Als je gewoon een avondje een leuk boek wil lezen, is het niets meer waard.
- Een mening van een expert is daarmee ook meer waard dan van een leek.
Zie bovenstaand antwoord + Voor mij is de mening van een leek vaak meer waard dan die van een expert omdat ik ook een leek ben en dus niet kan genieten van de intellectuele subtiliteiten waarop een expert een kunstwerk beoordeeld. De ontwikkelde expert staat soms iets te ver af van de belevingswereld van de leek.

Kevin van Moorsel zei

*verrijkt

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Beste Kevin van Moorsel, je moet niet teveel vanuit jezelf denken. Dat kunst voor jou een emotioneel doel heeft, hoeft niet te betekenen dat kunst daartoe beperkt hoeft te worden.

Mijn definitie van smaak kan inderdaad worden uitgebreid: niet alleen is het je door bepaalde werken meer geraakt wordt dan door andere, ook blijkt het uit je voorkeur om van deze werken te genieten.

Dat ik persoonlijk voorkeur voor kunstigheid heb, is omdat ik genoeg werken heb gelezen die teveel op elkaar lijken. Dat gaat op ten duur vervelen en dan wil je wel eens wat anders.
Maar mijn voorkeur voor kunst is groter dan alleen ene persoonlijke voorkeur. Ik waardeer kunst ook omdat ze cultureel gezien iets bijzonders is. Kunst is namelijk schaarser dan kitsch.

Hoe kom je op het idee dat de persoonlijke situatie van een schrijver van belang is om een werk te begrijpen? Biografische duidingen gaan over auteurs, niet over werken. Het knappe van een auteur is juist dat hij iets uit niets maakt. Of denk je dat kunstige werken moeilijk zijn, dat je een boel moet weten om ze te snappen? Onzin. Je zou de poëzie van Erich Fried moeten lezen. Kinderlijk eenvoudig, maar wat een werking! Evengoed geldt dat kennissmaak niet uitsluit, ze kan smaak zelfs versterken.

Het oordeel: 'goede smaak' heeft inderdaad te maken met complexiteit. De woorden nuance, subtiliteit, gevoeligheid had ik ook kunnen gebruiken. Waarom jij denkt dat gevoelens onoprecht zijn wanneer ze verfijnd zijn, ontgaat me. Het lijkt me eerder met precisie van doen. Meer geleerd te hebben over een vak, betekent doorgaans niet dat je er minder gevoel voor of bij hebt.

Die vergelijking die ik met medici maakte, heet een 'homerische vergelijking'. Soms moet je dingen een beetje opblazen om een kwestie duidelijk te maken. Kunst is niet 100% subjectief. De waardering van kunst is zowel subjectief of persoonlijk (een kwestie van smaak) als relatief (een bepaalde mate van kunstigheid). Die relatieve component (de positionering van een werk in de kunsten door critici, curators, verkopers e.d.) kan de smaakcomponent prima aanvullen. Hoe dan ook, je hoeft niets aan te trekken van kunstkritiek. Wel als je iets wilt leren over wat je zo bewondert.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

In het verlengde daarvan: ik schrijf nergens dat iedereen de boeken moet lezen die ik belangrijk vind. Wel geef ik aan dat je niet moet denken dat een goede thriller in het culturele veld van even grote waarde is als een goede roman. Die laatste is een stuk bijzonderder dan die eerstgenoemde. Ook al kan het zo zijn dat jij uit de eerste meer voldoening haalt dan uit de tweede. Lekker blijven lezen.

Het is jammer dat de belevingswereld van een expert (zoals een criticus) soms iets te ver van jouw belevingswereld afstaat. Critici schrijven voor hun publiek en falen als ze hun doelgroep niet weten te bereiken.

Meningen in de kunstkritiek moeten echter niet worden beoordeeld op hun subjectieve criteria, maar op hun relatieve. Iedereen kan wel wat roepen, het gaat om de gedachten die zo'n mening vormen. Dat geldt overigens voor de meeste waarderingen. Als je gewoon iets zegt omdat je vindt dat dit moet kunnen (ook al is het een uitspraak zonder bodem) is die uitspraak van weinig waarde. Hoe groot de groep ook is die hem uitkraamt.

Dat voor jou de mening van een leek vaak meer waard is dan die van een expert - omdat jij ook een leek bent, verontrust mij dan ook een beetje. Maar misschien kan ik beter verwijzen naar wat P.F. Thomése in het NRC Handelsblad van 28 november schreef over de voetbaldenker René van der Gijp, die ooit opmerkte: "Als vijftigduizend man in een stadion keihard 'Je wijf die is een kankerhoer' roepen, dan denk ik bij mijn eigen dat er ergens toch wel een kern van waarheid in zal zitten"

Hans zei

Kevin schreef: "Als door de massa een hoop middelmatige boeken wordt gelezen is dat blijkbaar wat de massa wil lezen."

Ja, kinderen eten ook het liefst snoep en frikandellen. En ben je weleens op een schoolplein geweest met kleine kinderen in de pauze? Jonge kinderen zijn keihard en doen op hun vierde nog hele gemene dingen als ze het stepje willen...

Wat ik maar zeggen wil is dit, het kan geen kwaad om iets aan ontwikkeling en diversificering te doen. We voeden onze kinderen op en leren ze van alles. Waarom zouden we boeken en muziek uitsluiten en John de Mol met zijn frikandellen cynisch zijn bankrekening laten vullen?

Op dit moment zitten we met dank aan internet en de vereconomisering van de maatschappij in een neerwaartse spiraal, waarin informatie wordt gelijkgeschakeld en selecterende autoriteiten worden afgeserveerd. Zo'n democratisering lijkt aardig - en heeft in directheid en transparantie twee voordelen - maar in feite zijn we onze cultuur aan het ontwaarden. We "weten" zoveel dat we in feite niets meer weten. Toegang hebben tot is wat anders dan begrip en inzicht.

Terugkomend op boeken en cd's. Ik weet uit de eerste hand dat boekwinkels voorzichtiger inkopen en uitgevers meer op zeker spelen. In de muziekwereld is dat proces een aantal jaren terug al begonnen (was bijltjesdag bij de labels toen). De verschraling is al begonnen.

De literatuurkritiek is in Nederland veel beter ontwikkeld dan de popkritiek/journalistiek (meestal geen duiding maar columnisme) maar dat neemt niet weg dat een gids in de zee van muziek zinvol is. En nee, die functie kan niet zomaar door de eerste de beste blogger (die frikandellen opdient, waarna mensen "Ole!" roepen) worden overgenomen.

Nog een voorbeeld van de culturele ontwaarding waaraan bijvoorbeeld ook de journalistiek nu noodgedwongen bijdraagt? Check dit ironische item van Stephen Colbert: http://www.colbertnation.com/the-colbert-report-videos/403149/november-28-2011/stephen-colbert-s-me-reporters?xrs=share_twitter

When you pay peanuts, you get monkeys... Er is een breder proces aan de gang dat zich niet alleen in de muziek en de boekenwereld manifesteert.

Ik begrijp wel dat Niels het "get with the times" mantra aanhangt - hij is marketeer en stuurt dus per definitie op wat mensen willen - maar wat we volgens mij nodig hebben zijn mensen die de bredere trend zien en ons voorland, en dan zeggen: ho, ho, laten we het anders doen. Helaas is dergelijk intellectueel leiderschap in de politiek nogal dun gezaaid in NL.

Kevin van Moorsel zei

Ik zeg ook niet dat kunst voor iedereen een emotioneel doel moet hebben, ik wil juist aangeven dat kunst voor iedereen een ander doel kan hebben, en dat al die doelen gerechtvaardigd zijn.

Het voorbeeldje van de 3 zussen van de oma van de schrijver gebruikte ik om aan te geven dat ik denk dat iedereen verschillende, arbitraire criteria heeft om te beoordelen welk boek ze leuk vinden. Ik weet niet of ik de persoonlijke situatie van de schrijver van belang vind om het werk te begrijpen, ik weet wel dat niet iedereen een werk leest met als doel het volledig te begrijpen. Ik denk dat de meeste mensen die een boek lezen het gewoon willen lezen omdat ze dit gewoon "leuk" vinden.

Met mijn verhaaltje over "goede smaak" wilde ik vooral duidelijk maken dat "goed" per definitie een subjectief oordeel is omdat de gekozen criteria bepalen wat goed is. En jij kiest waarschijnlijk andere criteria dan ik doe, of dan Joe Sixpack zou doen. Welke criteria beter zijn hangt ook weer af van welke criteria voor criteria je hanteert, en zo tot in de oneindigheid.

Ik denk geenszins dat ontwikkelde smaak onoprecht is, en ik ben het compleet met je eens dat bepaalde boeken van meer belang zijn in het cultureel veld en dat bepaalde boeken daarom wat dat betreft relatief meer belang hebben dan anderen. Ook ben ik het met je eens dat sommige meningen waardevoller zijn dan anderen in het bepalen van de relatieve positie van een boek in het culturele veld.

Mijn punt is vooral, dat dat de meeste mensen helemaal niets uitmaakt. Dat de meeste mensen hanteren niet diezelfde criteria om boeken en meningen te beoordelen, ze hanteren compleet andere criteria, die wat mij betreft even correct zijn.
Daarom is kunst voor mij 100% subjectief, omdat de criteria die iedereen kiest om die kunst te beoordelen compleet arbitrair, en voor iedereen anders zijn.

CONCLUSIE!
Hoe goed of slecht kunst(of een mening, een medicus, een scheidsrechter, of wie/wat dan ook) is hangt af van de gehanteerde criteria. De keuze welke criteria gebruikt worden is in elk geval arbitrair EN subjectief, omdat er, zoals jij al zei, geen absolute waarheid is.

Kevin van Moorsel zei

En als reactie op Hans, ik zou ook graag een dictatuur hebben waarin mijn visie over de wereld aan iedereen word opgedrongen, maar ik denk gewoon dat dat niet de taak van de boeken/muziek/journalistieke/whatever industrie is. Je kunt wel er voor zorgen dat het nog steeds mogelijk is om poëziebundels uit te geven op de klassieke manier, maar dat zorgt er niet voor dat mensen deze gaan lezen. Ik denk dat industrieën door de ontwikkelingen zoals internet etc simpelweg die macht niet meer hebben en dat het hoofddoel van die industrieën uiteindelijk toch overleven en geld verdienen is. Misschien ben ik pessimistisch maar ik denk dat het opvoeden van het volk sowieso een verloren zaak is.

Niels Aalberts zei

Ho ho! Mag ik er even voor waken dat mij woorden, ideeën en denkbeelden in de mond gelegd worden die ik niet aanhang? Specifiek @Hans: ja, ik ben een marketeer en geloof in marktwerking, ook bij veel cultuur en muziek, maar ben nog veel meer voor een divers cultureel en muzikaal aanbod. Alleen ben ik niet van de doemdenk-club die meent dat internet en de voortschrijdende digitalisering daar haaks op staan en 'culturele ontwaarding' in gang zetten of versnellen. Integendeel: door internet, de digitalisering en vooral democratisering van middelen is er meer muziek en meer diversiteit dan ooit. Dus ook meer troep. Gaat ook in de boekenbranche gebeuren. Schone taak voor marketeers, platenmaatschappijen, uitgeverijen en jijzelf om een zwart kleedje onder de échte diamanten te leggen, consumenten, lezers en muziekliefhebbers de weg naar de VOOR HUN mooiste bomen te wijzen in het bos. Marketing is NIKS zonder kwalitatieve inhoud, alleen weiger ik mee te gaan in het arbitraire onderscheid dat hier door jou en Merijn wordt gemaakt. Op dat punt sta ik totaal aan de zijde van Kevin. Voor elk wat wils, richt je op jouw publiek (groot of klein) en zorg met een passend boek of album dat je jouw publiek blij maakt. Niks meer, niks minder. En dan maakt 250 of 250.000 verkochte stuks me eerlijk gezegd geen barst uit. Over Kluun die minder 'waard' is dan een poëziebundel en Only Seven Left minder knap of goed gemaakt dan De Meisjes gaat er bij mij niet in. Da's wat mij betreft snobisme die PVV-onzin over elitaire kunst en linkse hobby's onnodig voedt.

Hans zei

Ha Niels, ik heb je in de boom ;-)

Eerst even: ik geloof ook in marktwerking. Maar liefst dan in een ietwat verlichte maatschappij waarin we niet doen of de euro alleen zaligmakend is.

Snobisme? Lijkt me niet. Ik leer mijn dochter ook van alles te eten, jij zal je kids niet anders opvoeden. Stel je voor dat we zeiden: jij wil een frikandel, hier heb je iedere avond je frikandel.

Dat noem je geen snobisme, maar als er cultuur in het spel is, is de ontwikkelingsgedachte opeens elitair.

Let wel: ik zeg niet dat wie dan ook de smaak van iemand anders opgedrongen dient te krijgen. Het lijkt me wel fijn als we de muziek en de literatuur niet verder laten afglijden in de cult of the amateur (de betalingsbereidheid staat namelijk op de tocht) in een soort nationale culturele snackbar.

Ik zeg eigenlijk twee dingen:

1) Mensen die ergens voor zijn opgeleid en een bepaald vakmanschap hebben ontwikkeld - of dat nu een journalist, literatuurcriticus of een popjournalist is - worden steeds vaker vervangen door mensen zonder achtergrond. Vandaar dat ik ook even naar dat filmpje van Stephen Colbert linkte... Maakt wel inzichtelijk waar we mee bezig zijn. En ja, dat is dus die ontwaarding. We wisselen op grote schaal verworven inzicht en duiding in voor meer, maar incoherente, informatie. De ontwaardig die ik bedoel moet je dan ook lezen als steeds meer gemak en snelheid, steeds minder samenhang en inzicht. En als het echt moet is dat met een wiskundig model nog objectief te bewijzen ook...

2)De vereconomisering van de maatschappij strekt zich steeds verder uit. Een format als TVOH is wat mij betreft niet veel meer dan deen cynische manier om investeringsrisico's bij voorbaat weg te werken door iedereen alvast even een hapje van kroket, frikandel of bereklauw te laten nemen.

Als ik spreek over culturele ontwaarding doe ik dus geen uitspraak over mijn muzieksmaak. Want over smaak valt niet te twisten. Hoewel ik wel hoop dat we elkaar kunnen vinden op de scheidslijn tussen muziek gemaakt vanuit een authentieke drive en muziek gemaakt als noodzakelijk kwaad in een economisch proces.

In de eerste categorie valt Only Seven Left in de tweede wat mij betreft Rihanna, die met een miljoen van de platenmaatschappij en -tig componisten een nieuw liedje toevoegt aan haar arsenaal.

En dat je als marketeer toch naar de markt kijkt waar je je product in wilt wegzetten. Logisch. Ik bedoelde vooral te zeggen dat maatschappijverandering of ombuigen van trends iets is voor politici. Zo'n Wilders heeft alleen kunnen opkomen omdat er een vacuum lag. De politiek lag braak, omdat we in NL al decennia leiders ontberen die zelf voorop gaan (vanuit een vergezicht) en zaken op tijd durven bespreken, zonder ze te laten etteren en te wachten totdat iemand in de wond gaat roeren.

Niels Aalberts zei

Mij heb je de boom niet zo snel in, Hans. Ik kan gewoon helemaal niks met het cultuurpessimisme dat ik hierboven proef, van jou en van Merijn. Die culturele ontwaarding, the cult of the amateur, het verdwijnen van vakmanschap, betalingsbereidheid die op de tocht staat etc.; ik herken sommige trends ook, anderen niet, erger me er in een enkel geval aan, vaak ook niet. Deze tijd en internet lenen zich uitstekend voor het zelf maken van keuzes waar je iets van meekrijgt of dingen volstrekt negeren en dat doe ik heel bewust. De digitalisering zie ik in deze niet als (enige) oorzaak, eerder als een oplossing. Ik vind de democratisering prima, geloof dat het beste idee wint (in deze tijd zelfs meer kans maakt dan ooit) en er door de lage drempels steeds meer plaats is voor meer verscheidenheid en dat daarmee ook nog een boterham verdiend kan worden. Geen dikke, maar dat is in muziek en kunst altijd slechts voor een enkeling weggelegd geweest; dat verandert niet. Ik vind de open amateur in veel gevallen vele malen interessanter dan de behoudende vakman en meen dat ze elkaar vaak niet in de weg zitten. Zeker niet in deze tijd. Kortom: ik ben een optimist. En nu zet ik nog even een LP van Jackson Browne op.

Voorwaarts!

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

@ Kevin: ik vind je conclusie nogal nihilistisch. Als je niet op kennis durft te vertrouwen (dat de keuze voor criteria ook beargumenteerd kan worden), begrijp ik dat je op het kompas van je gevoel vaart.

@ Hans: ik kan me in de twee dingen die je zegt vinden. Al beschouw ik het anders dan Niels niet als pessimisme, maar als realisme. Wat wellicht nogal pessimistisch is.. Ik hoop dat de digitaliserende ontwikkeling ook positieve mogelijkheden voor de wereld van de kunsten schept, zoals Niels wil doen geloven.

Hans zei

@Dichter Die digitaliserende wereld schept ook zeker mogelijkheden. Wat we terug krijgen is snelheid, directe toegang en snelle en goedkope distributie. Dat zijn ontegenzeggelijk voordelen. Dat zijn zaken waar Niels (als ik hem dit in de mond mag leggen) met recht enthousiast over is.

Ik hoop alleen dat we een beetje gaan inzien dat we andere zaken aan het inleveren zijn. Inzicht (duiding) verkregen door ervaring en scholing, vakmanschap. Er is veel informatie, die snel toegankelijk is. Maar minder organisatie en minder kennis die is samengebald in mensen. Dat bedoel ik met ontwaarding. De kwaliteit van communicatie, als je die ziet als functie van de mate van organisatiegraad in overgedragen informatie, gaat achteruit. Dat is geen aanname maar een wetenschappelijk vast te stellen feit.

Of dat erg is of niet is vervolgens een mening. Ik zeg: ja.

Samenvattend: ik twitter en blog ook. Prachtig dat internet. Maar er zijn ook nadelen. We gaan intellectueel steeds dieper door de knieeen. Het gros van de mensen denkt hier niet over na of zegt: deal with it. Dat is hip verpakt fatalisme. Ik hoop dat er iets aan te doen valt. Dat is constructief en in feite veel positiever. En ook optimistischer. Want blijkbaar ben ik nog niet zover dat ik alle geloof in de maakbaarheid heb verloren ;-)

Het probleem staat overigens niet op zichzelf. Internet is heus niet de bron van alle kwaad. Je kunt ook een hele boom opzetten over het onderwijs, sleutelkinderen etcetera. Alles hangt met elkaar samen. Maar het is in Den Haag nu niet bepaald bon ton om vanuit een overkoepelde visie en een vergezicht te opereren... Men volgt. Maar dat is weer een ander verhaal.

We gaan het hier niet met elkaar eens worden. Maar zeker interessant om twee denkrichtingen uit te zien kristalliseren.

Kevin van Moorsel zei

Ik ben inderdaad vrij absoluut relativistisch/nihilistisch.

Aan de hand waarvan wil je de keuze voor criteria beargumenteren als je niet in een absolute waarheid gelooft? Het is dan per definitie toch altijd een subjectieve keuze?

Daarom zie ik gevoel voor mij inderdaad als het enige waarmee ik keuzes kan verantwoorden.

Hans zei

@Kevin schreef: "Daarom zie ik gevoel voor mij inderdaad als het enige waarmee ik keuzes kan verantwoorden."

Verantwoorden klinkt wel wat zwaar...

Het verschil tussen een criticus die zijn vak verstaat en een leek is dat de criticus kennis van de techniek en de context heeft en daarom kan duiden waarom muziek/boek een bepaald gevoel opwekt of binnen de culturele context iets toevoegt (of bijvoorbeeld een herhalingsoefening is).

Het grote verschil tussen de popjournalistiek en de literatuurkritiek is dat de meeste popjournalisten niet over de techniek willen schrijven (lees: kunnen).

Smaak speelt absoluut een belangrijke rol, maar duiden aan de hand van enige (technische) kennis terzake is voor mij ook belangrijk. Anders kan ik ook in de kroeg net zo goed iemand aanschieten en vragen: "Wat vind jij een leuk plaatje, maat?"

Mike Bodde heeft hier op zijn site een column over geschreven die de vinger precies op de zere plek legt. Maar wellicht dat je dat geouwezwam vind ;-)

Niels Aalberts zei

Grappig dat je over die column van Boddé begint, Hans. Dat is nu *precies* waarvan ik GRUW als het over kunst en kunstkritiek gaat. Vind zijn punt *totaal* oninteressant; I couldn't care less over de voorwaarden die hij aan popjournalistiek en -journalisten stelt.

Wat Kevin zegt: duid en onderbouw de muziek en het gevoel, zet het zoveel mogelijk in perspectief, maar uitleg over 'techniek' en muzikantengeneuzel heeft daar voor mij zelden of nooit mee te maken. Navelstaarderij. Shut up and play!

En zo zijn we weer rond, want met je andere opmerking ben ik het volstrekt eens: we gaan het hier niet met elkaar eens worden, maar bere-interessant om te lezen is het wel.

Kevin van Moorsel zei

Ho ho! Mag ik er even voor waken dat mij woorden, ideeën en denkbeelden in de mond gelegd worden die ik niet aanhang? Specifiek @Niels: Ik ben muzikant dus ik zou het heel fijn vinden als critici over techniek en muzikantendingen gingen neuzelen! Ik besef uiteraard wel dat dat voor de rest van de wereld totaal niet boeiend is.

En @Hans: Iemand in de kroeg aanschieten voor hun favoriete plaat lijkt me een van de beste manieren om nieuwe muziek te leren kennen en uit je comfortzone te gaan.

Niels Aalberts zei

:-))

Hans zei

@Niels: Er valt niets te duiden als je alleen je gevoel beschrijft. Een goede criticus duidt ook aan de hand van kennis van techniek en context en doet dit in taal die leken ook begrijpen.

Het "gevoel" moet voor zover mogelijk in een recensie verklaard worden, anders is een recensie niet meer dan entertainment.

Ik zit dus niet te wachten op "muzikantengeneuzel", wel op recensies die mij duidelijk kunnen maken waarom die nieuwe plaat van artiest X of Y zo goed, vernieuwend, danwel volstrekte 'slecht' is. Ik vind dat de journalistiek daarin een brugfunctie heeft. Literatuurcritici doen dit (even generaliserend) op het moment beter dan poprecensenten.

Wetenschap wordt het natuurlijk nooit (en gelukkig maar), maar iets minder borrelpraat mag best. En daarom slaat Mike de spijker heel hard op zijn kop.

Ik snap ook dat mensen dat niet leuk vinden. Popmuziek is immers een van de meest democratische kunstvormen. Stel je voor dat iemand gaat uitleggen waarom een nummer A een herkauwde variant is van nummer B...

Om een heel concreet voorbeeld te geven. De Engelse popmuzikant Nik Kershaw - maandag nog in de Boerderij in Zoetermeer - heeft altijd te boek gestaan als meisjesmagneet van het goedkopere soort. Als man van hitjes als Wouldn't it be good & I won't let the sun go down. Laat ik je nu vertellen dat de songs van Kershaw buitengewoon interessant en ongewoon zijn in de manier waarop in de nummers door de toonsoorten wordt gefietst (gemoduleerd) op een wijze zodat je het als luisteraar niet "voelt".

Kijk, volgens de popjournalisten was zo'n Kershaw een goedkoop synthesizerpopmannetje. Edoch, iemand met enige technische kennis terzake had geschreven dat de man muzikaal enorm veel vaardiger is dan veel zogeheten interessante (vaak attitude) bandjes met street credibility.

Vandaar: applaus Mike ;-)

Kevin van Moorsel zei

Maar het gaat helemaal niet om de popjournalisten, het gaat om de luisteraars.

Hans zei

@Kevin Tuurlijk gaat het om de luisteraars. Maar dat betekent toch niet dat je de gidsfunctie in de zee van muziek dan maar helemaal moet afschaffen? Die is er toch juist ten dienste van die luisteraar...

Mischa zei

Je slaat de spijker op de kop. Chapeau Niels.

Het internet heeft de wereld op zijn kop gezet en de machtsverhoudingen tussen verkoper en consument compleet gewijzigd. Dat besef dringt nog maar altijd mondjesmaat door bij bedrijven.

Kunst en cultuur of niet, de muziekindustrie en de boekenbranche vallen daar ook onder. Hoge of lage cultuur, het is en blijft gewoon business. En business doen, gaat niet meer helemaal hetzelfde als vroeger. Als ik zeg vroeger, dan heb ik niet eens meer over de vorige eeuw. Neem Twitter, dat werd pas in 2009 groot.

Niels, je schrijft: “Door niet op tijd aan te haken, te blijven focussen op poortwachter in plaats van liefhebber, verloor de industrie z'n klant uit het oog.”

Dat geldt niet alleen voor muziek- en boekenindustrie. Organisatiegericht denken zit er bij de meeste bedrijven nog altijd in. Daarom lees je op hun websites hoe geweldig ze zijn, in plaats van dat ze je de weg wijzen naar wat je zoekt. Businesswise is het natuurlijk makkelijker (en goedkoper?) om je op een paar poortwachters te mikken, dan je tussen je klanten te begeven. Maar dat werkt niet meer vandaag. Zie je voorbeeld van de 1000 verkochte cd’s na een volkskrantrecensie halverwege jaren negentig.

Dat het niet meer zo werkt, is juist door de grote omwenteling die het web teweeg heeft gebracht. Niet wat bedrijven (lees: muziekindustrie, boekenbranche of wie dan ook …) je door de strot willen duwen is belangrijk, wat de liefhebber/klant zoekt en wil is de essentie in het Google-tijdperk. De klant is geen koning meer, hij is dictator.

Mischa zei

@Merijn, je schrijft: ‘een goede recensent is namelijk niet zoveel bezig met smaak, als wel met de kunstigheid of kwaliteit van een werk, ten opzichte van het literaire/muzikale veld. Hij bepaalt vanuit zijn expertise de uniciteit en culturele waarde van een werk.’

Wie bepaalt dan wat kunstigheid en kwaliteit is? Dat zijn uiterst subjectieve begrippen.

Neem Kluun. De uniciteit en culturele waarde van ‘Komt een vrouw bij de dokter’ werd door literatuurcritici op nul geschat. Inmiddels verkocht de beste man 2 miljoen exemplaren van zijn boek, dat is vertaald in 30 talen. Wie heeft er dan gelijk, de critici die uniciteit en culturele waarde bewaken? Kluun begrijpt wat mensen willen: een verhaal waarin ze kunnen meeleven of zich in herkennen. Hij heeft een gevoelige snaar geraakt bij mensen. Gewoon door authentiek zichzelf te zijn.

In mijn artikel Waarom @OOR niet meer de heilige graal is hier op EHPO schrijf ik ook dat ik niet geloof in de onafhankelijkheid van de popjournalistiek. Net zo min geloof ik de onafhankelijkheid van de literatuurcriticus. Ik vind dat niet vreemd. Het is volstrekt begrijpelijk zelfs.

Als je iets krijgt, voel je je verplicht iets terug te doen. Is het niet nu, dan later. Caldini noemt het wederkerigheid, een van zijn 6 invloedprincipes. Als recensent krijg je de cd of het boek van de platenmij of uitgever. En hop daar is de wederkerigheid. Pas op, ik zeg niet dat recensenten niet integer zijn, dat durf ik niet te beweren. Ik wed ook dat veel recensenten zullen roepen dat dit dan ook niet voor hen opgaat. Helaas, wederkerigheid werkt onderhuids, het kruipt in je onderbewustzijn en dat heeft de controle in handen.

Een andere reden voor mijn gebrek aan vertrouwen in onafhankelijkheid is wat Volkskrant-popjournalist Gijsbert Kamer me in een interview voor KindaMuzik vertelde: “In de popjournalistiek zitten vooral mensen die liefhebber zijn en er dan iets over gaan schrijven. Wat ik ook gedaan heb. Een interviewtje zus en een besprekinkje zo. Dat vindt zichzelf allemaal maar meteen journalist en vindt zichzelf over het algemeen vrij snel belangrijk, wat nog erger is. […] Er zijn natuurlijk, ook in de popjournalistiek, heel veel fans. Mensen die doorslaan in hun bewondering en meteen alles maar goed vinden en geen onderscheid weten te maken tussen belangrijke en goede platen.”

Ik zie niet in waarom dat bij literatuurcritici anders zou zijn.

Hans zei

@Mischa Dat verschil tussen de popjournalistiek en de literaire journalistiek is er toch wel, hoor, zeker als je het over die wederkerigheid en het fan zijn hebt. Je kent vast de verhalen... popjournalisten die on the road meedrinken op rekening van de band. De "hashpot" die sommige grote platenmaatschappijen er op nahielden, voor bands en journalisten. Literatuur en de literatuurkritiek/journalistiek is veel meer een vak dat bedreven wordt door mensen in werkkamers.

Ik roerde al eerder aan dat juist door het feit dat de popmuziek fans aantrekt en omdat het een van de meest democratische kunstvormen is technisch doortimmerd journalistiek/kritisch commentaar en onderbouwde duiding er vrijwel niet in voorkomt...

De literatuurkritiek ligt wat dat betreft mijlenver voor, hoewel je daar ook zure lieden hebt die vetes uitvechten.

Ik ben ook niet zo'n fan van de Heiligheid van het mensen geven wat ze willen. Je weet best dat sex, sensatie, actie etc het primairst en daarom het meest gewild zijn. Ik gebruikte eerder al de analogie van de snackbar. Als je een kind vraagt wat het wil eten zegt het meestal: patat.

Op dit moment gaan we de kant op dat we meer en meer patat opdienen. Zeggen dat we daar niet beter van worden wordt vervolgens elitair of snobistisch gevonden. Want alle cultuur is immers gelijkwaardig? Tja, als je zo denkt blijft als enige maatstaf de euro over. Wat verkoopt is goed.

Ik hoop echt dat we de vereconomisering van de maatschappij ergens een halt toeroepen, dat we het weer de moeite waard gaan vinden om onze kinderen aan cultuur te laten ruiken, en dat we niet altijd de weg van de minste weerstand kiezen. Net zoals ik hoop dat we de kranten niet de nek omdraaien ten faveure van blogs en ciizen journalists, die op afstand, zonder redactionele feedback of vakmatige achtergrond vlotte stukjes schrijven.

Muziek en literatuur horen, zeker aan de bron, geen business te zijn. Liedjes die worden geschreven of opgenomen vanuit een verondersteld idee van de behoefte van de luisteraar zijn per definitie overbodig, want een herhalingsoefening.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

@ Micha

In de kern beweer je twee dingen. Ten eerste dat kunst en kritiek economisch te definiëren zijn. Ten tweede dat alle critici prima beschreven kunnen worden zoals Gijsbert Kramer dat doet. Over Kramer kan ik kort zijn: zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Én: je kunt niet alle waarden over een kam scheren; wees kritisch, het maakt je een betere journalist.

Om in te gaan op je eerste bewering, terug naar jouw voorbeeld: de kunstigheid van Kluun wordt volgens jou onderstreept door de 2 miljoen exemplaren(!) die zijn verkocht in wel dertig(!) taalgebieden. Een nog beter voorbeeld is Dan Brown. In vergelijking met Kluun is hij een veel grotere kunstenaar: de Da Vinci Code had 80 miljoen verkopen(!), en werd vertaald in 40(!) talen. Brown is veel rijker geworden dan Kluun; Brown is de gedroomde kunstenaar! (Ook al hanteert hij een taal uit een veel groter en populairder taalgebied, is elk boek een kopie van het vorige, eindigen alle hoofdstukken op een cliffhanger, hebben de personages nooit slaap, komen er amper interessante beelden voor of nauwgezette beschrijvingen van de wereld et cetera - voor zover de uniciteit en wat betreft de culturele waarde:)

Wie kunst afbakent met commercieel succes, hanteert een schrale definitie. Want als je vanuit dat gezichtspunt denkt, misken je alle werken die nog geen succes hebben en alle werken die door de massa vergeten zijn. Je houdt geen rekening met geluksfactoren of met alle illegaal gekopieerde of geripte versies van een werk - want probeer dat maar eens te meten. En wat te denken van de bronnen (bv. werken en gebeurtenissen) die succesauteurs inspireren? Dat zijn toch de granen die zijn brood maken? Een beetje econoom telt die factoren bij het succes van dat brood op. Maar jij niet.

Op de intrinsieke kwaliteit die je kunst lijkt te miskennen – een kwaliteit zonder (al dan niet directe) commerciële waarde (de kwaliteit van het graan) - is het misschien interessant om een andere keer op terug te komen. Ik bedoel, daar is millennia over nagedacht. Mocht je geïnteresseerd zijn, dan zou je er ook eens een boek over kunnen opslaan.

Maar tenzij je het doet uit voyeurisme, lijkt dat mij niet zo consequent. Je hangt een immers een 'smaakisme' aan dat sterke gelijkenissen vertoont met dat van Kevin hierboven, waarbij je kennis onderwaardeert – tenzij het je smaak bevestigt (want van een kenner neem je het niet aan - het gaat je immers om het economisch succes). Alleen geef jij dat 'smaakisme' gestalte aan de hand van Cialdini's wederkerigheid, die ruilhandel van affiniteiten.

Dichter en recensent, redacteur, organisator, presentator en boekverkoper. zei

Over Cialdini zou ik willen opmerken dat wat die wederkerigheid constitueert, in welke mate het geconstitueerd wordt en in welke mate zij ook van invloed is, een interpretentatieve kwestie is. Je weet, met andere woorden, niet waaruit de ruil bestaat. Zo hangt het af van hoe een recensent het ontvangen van een boek ervaart en hoe jij dat vanuit jouw gezichtspunt inkleurt.

Dat is nu, denk je wellicht, de kern van wat je mij probeert uit te leggen. Maar ik zeg: wees kritisch! Jíj bent de interpretator en jouw interpretatie is gekleurd dankzij één rancuneuze recensent.

Daarnaast, wat draagt Cialdini's theorie eigenlijk bij aan deze discussie? Als iedereen aan ruilhandel onderhevig is, maakt het wat dat zijn theorie betreft weinig uit of je expert of leek bent.
Zijn theorie doet het onderscheid tussen die twee niet teniet. De recensent verschilt van de leek dankzij zijn expertise: hij weet veel meer van zijn vakgebied dan de leek. Dat is toch een aanwinst? Als een recensent in een recensie de ene stijl van de andere onderscheidt, dan kun je dat geen wederkerigheid noemen. Zoiets is een handvat voor lezers om te bepalen of een werk wel iets voor ze is. Iets anders is dat een recensent ook dingen bespreekt die niet binnen je vriendenkring rondgaan; je komt in aanraking met nieuwe, frisse en verrijkende literatuur. Nog een aanwinst. Maar nee, volgens jou is een recensent dermate beïnvloedbaar dat zijn kennis verwaarloosbaar is.

Ik vind het te gemakkelijk om te zeggen: kennis is subjectief, want het onderbewuste beïnvloed haar.
Heb je in dat kader Cialdini's denkraam al eens op scheurtjes onderzocht? Weet jij op wat voor wederkeurigheid, gevoeligheid voor autoriteit of 'liking' het berust? En wat zegt dat over zijn theorie?

Critici zijn zich bewust van oordeelvertekenende affiniteiten en waken ervoor. Zoals Arjen Fortuin in zijn tien geboden schrijft, moet een recensent zich niet inlaten met de auteurs die hij recenseert (http://www.nrc.nl/boeken/2011/08/29/de-10-geboden-voor-de-criticus/).
Ook ik recenseer geen vrienden of bekenden, hoe goed ze de publiciteit ook kunnen gebruiken – ook al leidt het soms tot wrevel. Ik heb geen persoonlijke banden met uitgeverijen waarvan ik boeken recenseer en ik vind het bovendien niet meer dan logisch dat ik hun boeken in mijn brievenbus vind (die mij overigens dankzij de hoofdredactie bereiken). Ik beschouw het als werk en zie het als mijn taak het kaf van het koren te scheiden.

De beroepseer van de recensent gaat boven alles; hij wil zo waarachtig, zo objectief mogelijk beoordelen. Dat kan met kennis. Die is bij experts groot en, zoals ik eerder in de discussie heb beschreven, relatief. Om met een economische loftuiting af te sluiten: daarin schuilt de winst.

Mischa zei

@ Merijn Ik denk niet dat je kunt ontkennen dat kunst en cultuur economisch zijn te definiëren. Je voorbeeld van Dan Brown toont aan dat je dat ziet. Het economisch definiëren is niet hetzelfde als kunst afbakenen met commercieel succes?

En dus zeker niet miskennen van kunstenaars die nog geen succes hebben of zijn vergeten. Ik heb meer muziek van minder succesvolle bands, die ik vaak ontdekte via recensenten. Ik denk dus niet dat ik kennis onderwaardeer.

Integendeel. Met kennis is de cirkel rond, want juist het internet heeft een onuitputtelijke bron van kennis blootgelegd. Kennisdeling is juist de revolutie van het web. En wie zegt dan dat de critici alle kennis in pacht hebben?

Ik vind dat Kevin meer dan gelijk heeft als hij zegt dat het niet om de popjournalist, maar om de luisteraar gaat. En eigenlijk hoor ik Gijsbert Kamer dat ook vertellen. Daar gaat het ook om in het voorbeeld van Kluun. Laten we zeggen dat de critici het boek lauw hebben ontvangen. Toch bereikte het een groot publiek. Wie heeft er dan gelijk de critici of het publiek?

Waarom is mijn interpretatie gekleurd door 1 rancuneuze recensent. Vind je dat niet wat denigrerend?

Ik heb als hoofd eindredactie genoeg praktijken gezien van wat Gijsbert Kamer vertelt. Zelfs die platenmaatschappijmensen die net zo makkelijk sokken verkopen, ben ik tegengekomen. De realiteit is soms hard en de rol van rancune zie ik daar niet direct aan te pas komen. Zelf heb ik ook recensies op mijn naam staan die niet zouden misstaan in een fanzine 

Over het onderzoeken van Cialdini’s denkraam, ik zie in de dagelijkse praktijk dat het werkt.

Willen en doen is vaak niet hetzelfde.

Mischa zei

@ Hans, hoe meer patat, hoe meer je het kaf van het koren kunt scheiden. Mogelijk ook een oplossing voor de vereconomisering van de maatschappij. Is het werkelijk zo ernstig dat we het niet meer de moeite waard vinden om onze kinderen aan cultuur te laten ruiken. Zo slecht is het niet als ik rond me kijk.

Waarom mag muziek en literatuur aan de bron geen business zijn: elke kunstenaar droomt er toch van met zijn kunst zijn boterham te verdienen?

Mischa zei

Waar ik het bovenal hartstochtelijk met Niels eens ben, is –zoals hij ook uitgebreid in zijn boek beschrijft-, dat je als band minder je lot in handen moet leggen van poortwachters als platenmaatschappij en popjournalist. Voor een schrijver geldt eigenlijk hetzelfde, je hebt uitgever en literatuurcriticus eigenlijk niet nodig.

Als je met een sterk verhaal bij DWDD staat, kun je in 1 minuut je carrière lanceren.

Seth Godin geeft met The Domino Project (http://www.thedominoproject.com/about) bijvoorbeeld vorm aan een nieuwe manier van boeken publiceren.

Merijn Schipper zei

@ Micha

Hoewel 'kunst' en 'commercieel' allebei met een k-klank beginnen, zijn ze noch etymologisch, noch anderszins aan elkaar verbonden. Mijn voorbeeld van Dan Brown was dan ook met ironie doordesemd.

Wat hier het geval is, is dat je commercieel 'knap' met 'kunst' verwart. Het is heel knap - afgezien van zaken als geluksfactoren en een goed promotie-apparaat - dat Dan Brown een boek heeft geschreven dat veel mensen hebben willen kopen. Maar het maakt 'The Da Vinci Code' geen kunst. (Zie hierboven nog maar eens naar de punten die ik tussen haakjes aanstip). De uniciteit van het werk is verwaarloosbaar en de culturele waarde is betrekkelijk. Pornografie verkoopt ook heel goed, maar is het zo'n grote bijdrage aan onze cultuur?

Het gelijk over wat kunst is, ligt niet in handen van de massa. Als een boek goed verkoopt, zegt dat niets over de kunstigheid ervan. Wat goede of literaire literatuur is, wordt gezien in termen van kunstigheid. Kunstigheid heeft betrekking op de mate waarin een werk bijzonder is. Dat gaat buiten het rinkelen in de koopgoot om.

Buiten de misvatting dat je op internet alle informatie kunt vinden: wie zegt dat leken iets met al die kennis aankunnen of zelfs maar ertoe bereid zijn die kennis op te zoeken en te animeren? Want kennis is een ding, de verwerking ervan is een tweede als je er een lange dag op hebt zitten met werk, forensen, huishouden en dergelijke... Een recensent kan die kennis op een heldere en aanstekelijke manier aanleveren. Op maat, want verstoken van jargons die aan de middelman niet besteed zijn.

Zoals je leest, vind ook ik dat Kevin gelijk heeft. Het gaat om het publiek. De recensent schrijft voor niemand anders. Dat spreekt voor zich: critici van publieke, commerciële en gesubsidieerde media worden immers door hun lezers beloond (direct of indirect via advertentie-inkomsten). Behalve als hij voor een recensiefora op internet schrijft. Die verdienen doorgaans te weinig om hen te betalen, maar zijn wel goede leerscholen.

Ben je het met me eens dat er sprake is van begripsverwarring: kunst is niet gelijk te stellen aan commerciële knapheid? Dat het bovendien niet aan de recensent is gissingen te doen naar het commerciële succes van een boek, maar dat het om een duiding van de bijzonderheid van een publicatie gaat? Je bent als recensent geen sateliet van de marketingdivisies. Begrijp je dat het niet gaat om 'gelijk'? Succes en kunst zijn geen overeenkomstige grootheden. Want, nogmaals, je moet ten alle tijden ervoor waken kunst en commerciële knapheid met elkaar te verwarren. Het knappe kan iedereen onderschrijven, het kunstige is, zoals ik eerder heb beschreven: een relatieve kwestie.

Publiek mag lezen wat het wil. Als ze uitgekeken zijn op boeken die als twee druppels water op het vorige lijken, kunnen ze bij hun recensenten te rade. Kunst is geen verplichting, het is een verrijking.

Micha, mijn betoogstijl is inderdaad wat scherp. Je noemde dan ook maar één recensent, maar ik had het als voorbeeld kunnen opvatten, excuses. Het zal wel komen door mijn verbijstering over je verwarring van commercie met kunst.

Over het 'Kramerisme': het is je heilige recensententaak om je ten uiterste tegen dit soort cynisme te verzetten. Je fanzinewaardige recensies - die je, lijkt het uit je post, niet schreef om dat je de platen goed vond, maar als dankjewel voor de gift van de platenmaatschappij (klopt dat?) - zou ik als jeugdzonden beschouwen en moedig voorwaarts, want dat ideaaltypen niet bestaan, maakt niet dat alles als inferieur aan de kant kan worden geschoven. Je kunt zo objectief mogelijk recenseren.

Over Cialdini, blijf ik bij mijn standpunt. Dat je het een denkraam noemt, vind ik al heel wat.

Mischa zei

Je zegt dat je het wel met Kevin eens bent. Vind je dan niet dat je wat minachtend doet over het publiek door te zeggen dat het ‘gelijk over wat kunst is, niet in handen ligt van de massa’?

Artic Monkeys is als één van de eersten echt goed doorgebroken door het internet. Door de buzz die hun fans creëerden. Net als Nirvana vertolkt Artic Monkeys de stem van een generatie. En de critici onthaalde Alex Turner als een nieuwe Dylan. Maar die critici liepen wel achterop bij die ontdekking.

Nee, ik ben het niet met je eens over begripsverwarring, ik heb althans nooit gesteld dat kunst gelijk is gesteld aan commerciële knapheid. Heb zelfs nooit gesproken over commerciële knapheid. Wat ik wel zeg, is dat kunstenaars met hun kunst hun brood willen verdienen. En ja, dat is commercie. En nee, daar is niets mis mee.

Ik ben het wel met je eens dat een het aan de recensent is een duiding te doen over de bijzonderheid. Maar zoals gezegd heeft de recensent daarvoor niet alle wijsheid in pacht.

Geen satelliet van de marketingdivisies, ligt eraan van welke kant je dat bekijkt  Ik begrijp dat je dat stelt. Zoals ik zei willen en doen is vaak niet hetzelfde. Zoals je zegt: je kunt zo objectief mogelijk recenseren.

Over de jeugdzonde. Vind ik leuk. Nee, ik schreef die niet om dankjewel te zeggen aan de platenmij. Want bij kindaMuzik kregen we zelfs in het begin vaak geen recensie-exemplaren: we kochten die zelf. Het is meer wat Gijsbert Kamer stelt dat het als je fan bent niet altijd makkelijk is om de echte waarde in te schatten. Wat ook menselijk is, vind ik.

Sorry Merijn, maar na ‘commerciële knapheid’ leg je me nu ook het woord ‘denkkader’ in de mond. Jij gebruikte die formulering, ik reageerde erop

Merijn Schipper zei

@ Micha,

Je stelt kunst en commercie wel degelijk aan elkaar gelijk door auteurs als Kluun en Brown op handen te dragen omwille van hun succes als je daaraan de opmerking toevoegt: 'wie heeft nou gelijk?'. Daar is geen speld tussen te krijgen.

Nogmaals: het gaat een recensent niet om de commerciële waarde van een werk. Het gaat hem om kunst. Als de massa betere inhoudelijke argumenten zou aandragen dan de recensenten, dan zou de massa op het gebied van kunst meer gelijk hebben dan de recensent.

De kans daarop is natuurlijk nihil - vooral om praktische redenen, want niet iedereen geniet hetzelfde onderwijs in (of interesseert zich in dezelfde mate voor hetzelfde) vakgebied, heeft evenveel tijd om zich daaraan te wijden en bovendien ontbreken de kanalen die deze meningen zouden kunnen vatten en overbrengen. Et cetera.

Een recensent mag dan wel geen goddelijk wezen zijn, zijn mening over kunst is door zijn kennis van grotere waarde dan die van de leek - zoals in elk vakgebied overigens.
Niet dat de mening van een (leken)vriend van geen enkele waarde is. De mening van een specialist is nou eenmaal gerelateerd aan zijn vakgebied en dus van meer gefundeerde waarde.

Merijn Schipper zei

Het is dan ook geenszins denigrerend om verschil te maken tussen diegenen die ergens kennis van hebben en diegenen die dat niet hebben. De massa heeft dan wel meer koopkracht dan de kleine groepen specialisten, zij heeft ontegenzeggelijk minder te zeggen over de kunstige kwaliteit van werken.

Had je hierboven dat (ironische) citaat uit een stuk van P.F. Thomése gezien? Ik herhaal hem hier, omdat erin het verschil tussen massa en specialist op uitstekende wijze uitstekend geïllustreerd wordt. Hij haalt de voetbaldenker René van der Gijp aan, die ooit opmerkte: 'Als vijftigduizend man in een stadion keihard "Je wijf die is een kankerhoer" roepen, dan denk ik bij mijn eigen dat er ergens toch wel een kern van waarheid in zal zitten'.

Dat specialisten meer van zaken afweten dan de massa, zie je overigens ook vertegenwoordigd in ons rechtssysteem - hetgeen het aantal lynchpartijen geweldig heeft teruggebracht - om nog eens een voorbeeld te noemen.

Tot slot nog twee dingen, en dan denk ik wel dat we zijn uitgepraat, want je lijkt mij niet te begrijpen. (Voor ons beider gemak: deze zin is humoristisch bedoeld.)

Ten eerste een constatering: ik denk dat we onder andere over recensenten hebben zitten bakkeleien vanwege de schuivende voorproeversfunctie, die momenteel nog vooral speelt in de muziekwereld. Daarover wil ik nog zeggen dat die voorproeversfunctie natuurlijk los staat van het kundige oordeel van de recensenten, iets wat je zult onderkennen omdat ook jij wel eens een recensent leest.

Ten tweede: dat je jezelf niet herkent in het gebruik van het woord 'denkkader', vind ik droevig. 'Hoed u voor mensen die iets zeker weten' is de recentste titel van Jan Terlouw en ik ben het daar roerend mee eens. Er is een zee aan manieren om naar de wereld te kijken die allemaal een facet of weerspiegeling ervan belichten. Ik zou je daarom als nieuwjaarswens voor 2012 alvast een verbreding van je horizon willen toewensen, opdat je ook het water buiten die ankerplaats van Cialdini zult verkennen.

Met vriendelijke groet,

Merijn

Mischa zei

@Merijn, je bent wel goed in mensen woorden in de mond leggen, niet.

Nu draag ik Kluun en Brown op handen. Ja, ik vind het debuut van Kluun fantastisch. Brown, nooit gelezen. Maar er zit sowieso nog wel een wereld tussen een fantastisch boek en de auteur op handen dragen.

Ik heb ook niet gesteld dat het recensenten om de commerciële waarde gaat. Maar wat is überhaupt kunst? Wat is eigenlijk een kunstenaar? De eerste die een wc in een museum zette, was een kunstenaar, de tweede die dat deed een loodgieter.

Kunst maken is een ruim begrip. Is iemand die een boek schrijft, commercieel succes of niet, niet sowieso een kunstenaar? Is voor jou een recensie schrijven ook niet kunst maken?

Waarom zou de massa niet meer gelijk kunnen hebben dan de recensent? Waarom zou de massa geen beter inhoudelijke argumenten kunnen aandragen? Waarom weet jij zo zeker dat de massa ‘ontegenzeggelijk minder te zeggen heeft over de kunstige kwaliteit van werken’?
En jij schrijft dan dat je het roerend eens bent met Jan Terlouw dat je je moet hoeden voor mensen die iets zeker weten? Practice what you preach Merijn

Het is denigrerend te denken dat jij alle kennis in pacht hebt.

Kennis alleen is niet voldoende. Op het web is er altijd meer kennis, dan die van jou of mij. Het gaat er om wat je met kennis kunt doen. Een scherpe pen of sterk analytisch vermogen. Daar heb je als recensent geen alleenrecht op.

De mening van een specialist. Google eens op ‘guru’, ‘specialist’ of ‘expert’, de wereld zit vol zelfverklaarde experts.

Ik ben niet degene die hier zegt iets zeker te weten.

Ga je in je recensies ook zo kort door de bocht met je oordelen?

Eric zei

Muziekrecensies zullen door de digitalisering *per definitie* achterlopen op de verschijning van de eerste bestanden. Sterker nog: ik heb wel eens een album gerecenseerd dat via torrents al te vinden was voordat ik zelf de bestanden binnenkreeg. Triest maar waar.

Dat recensenten niet altijd drie dagen later al een album recenseren kan meerdere redenen hebben.

Bijvoorbeeld de belabberde kwaliteit mp3's die je soms binnenkrijgt voor je recensie. Verwacht een maatschappij nou echt een afgewogen recensie van 128 kbps-mp3's? En zelfs bij een acceptabele 192 kbps kan door de gekozen compressie de kwaliteit zwaar tegenvallen. Maak je de cd dan met de grond gelijk in je recensie met het risico dat het niet aan de artiest ligt, negeer je het met het risico dat de geluidskwaliteit ook op cd zo beroerd is?

Misschien nog veel belangrijker: schrijf je de recensie zo snel mogelijk of probeer je een cd op je in te laten werken, zodat wat later een mooie, afgewogen recensie kunt schrijven? In mijn ervaring is één mooie recensie genoeg om mijn nieuwsgierigheid te wekken. De keerzijde is namelijk de hijgerige hype, zoals je die nu naar mijn mening bij The Black Keys ziet. Misschien best een prima plaat, maar binnen een week na release staat 'ie bovenaan in allerlei jaarlijstjes en wordt 'ie tot Een Heel Belangrijke Plaat uitgeroepen.

De vraag is wat mij betreft hoe serieus je een recensent moet nemen als 'ie altijd binnen een week een oordeel klaar heeft.

Merijn Schipper zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Merijn Schipper zei

@ Micha: en ik maar denken dat we waren uitgepraat... Zo zie je maar weer.

Ik ben het met je eens dat het denigrerend is om te denken dat ik alle kennis in pacht heb. Dat zou ik dan ook maar niet doen, het is beter voor je eigenwaarde. Bovendien: wat ik steeds slechts heb geprobeerd helder te maken, is dat ik meer kennis over mijn vakgebied bezit dan leken. Dat wel. (Website-analyse lijkt me meer iets voor jou. Daarover hoor je van mij niet dat ik - een leek op het gebied van website-analyse – evenveel of zelfs meer verstand heb dan jij. Hetgeen overigens evengoed voor muzikale onderwerpen zal gelden).
A propos, ik beschouw het schrijven van recensies niet als een kunstbeoefening maar als een kunde.
In het verlengde daarvan is je suggestieve vraag over het kort door de bocht gaan van mijn oordelen bij recensies (in het licht van de rest van je reactie) op zijn zachtst gezegd vrij opmerkelijk en al met al iet wat ad hominem.

Daarbij heb ik gezegd dat er 'myriaden' visies op de werkelijkheid bestaan - zij het in andere bewoordingen; er is een werkelijkheid en er zijn onze ideeën erover. Dat ook.

Dus inderdaad: 'hoed je [...]'. Je zegt wel degelijk iets zeker te weten. Cialdini's kader is voor jou niets minder dan de werkelijkheid. Ik interpreteer dat zo omdat je aangeeft het niet eens als een denkkader te zien. Als ik het als zodanig benoem, vind jij dat ik het je in de mond leg.

Die zelfverklaarde specialisten waarvan jij terecht stelt dat de wereld ervan vol zit, zijn precies het probleem van deze tijd. Teveel mensen denken dat ze op teveel gebieden zinnige dingen kunnen bijdragen. Daarvoor is de wereld te gedifferentieerd. Het is simpelweg onmogelijk en wie zonder enige mate van ironie zich hieraan 'schuldig' maakt, pleegt een protserige vorm van hubris.

Dat voorbeeld met die wc-potten ten slotte, je bedoelt dat er voor Dada in musea geen sanitaire voorzieningen bestonden? [Retorische vraag; grappenderwijs gesteld.]

Voor alle overige reacties op je post van 13 december, bv. over kennis op het web, zie mijn eerdere berichten in de discussie ter heroverweging. Ik zal je niet vermoeien met nog meer herhalingen.

Waarde opponent, ik stel voor dat we onze discussie afsluiten. We kunnen wel concluderen dat ze nergens toe leidt en dat er geen beweging meer in. Ik denk niet dat we elkaar zullen vinden in de wederzijdse standpunten.

Mischa zei

@ Merijn

Las van het weekend een interview met BBC-wetenschapper Robert Winston en moest aan je denken toen hij zei:

"Het probleem is dat wetenschappers veel te arrogant zijn om toe te geven dat ze niet de absolute waarheid in pacht hebben, dat ze niet altijd zo objectief werken als ze wel beweren en zich door hun emoties laten leiden door wat ze waarnemen."

Einde beweging.

Hans zei

@Mischa vroeg: "Waarom mag muziek en literatuur aan de bron geen business zijn: elke kunstenaar droomt er toch van met zijn kunst zijn boterham te verdienen?"

Prima, om de hoop of de droom te hebben om met muziek/literatuur je brood te verdienen, het verwachtingspatroon van de "markt" moet alleen geen onderdeel van het creatieve proces wordern. En wel omdat:

- Zoals ik al schreef dan de neiging zal ontstaan om dingen te maken die al gemaakt zijn of lijken op wat al gemaakt is. Schrijven of musiceren vanuit de gedachte om een "hit" of "bestseller" te maken leidt dus tot herhalingsoefeningen. Kan dus net zo goed achterwege blijven.

- Als de waarde van het kunstwerk (of dat nu een schilderij, een boek of een nummer is) samenhangt met de kunstenaar en zijn persoonlijke visie (dat is immers de meerwaarde bovenop het vakmanschap) dan leidt denken vanuit de markt vrijwel altijd tot onwaarachtigheid, onpersoonlijkheid, zeg maar rustig: overbodige rommel.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Er is vast weleens een mooi nummer geschreven door een componist die een hit wilde schrijven. Maar ik hoop in ieder geval dat je onderschrijft dat vakmanschap als basis leuk is, maar dat wat muzikanten/schrijvers/kunstenaars onderscheidt die persoonlijke visie is. Als die visie niet meer is dan een adoptie van het veronderstelde verwachtingspatroon van de markt... Ja, dan heb je dus met appelmoes in een potje te maken.

Kan me niet voorstellen dat je daar werkelijk blij van wordt.